Nalatenschap van Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch  naar Theatercollectie

De nalatenschap van de tekstschrijvers Guus Vleugel en Ton Vorstenbosch gaat naar de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Hun lied- en toneelteksten hebben een grote impact gehad op het Nederlandse theaterleven.

Guus Vleugel (1932–1998) verwierf naam met rake, vaak vileine liedteksten waarin naast sarcasme en ironie ook ruimte was voor ontroering. Aanvankelijk schreef Vleugel voor Wim Sonneveld, later werd hij de vaste tekstschrijver van het cabaret Lurelei en van Jasperina de Jong. Tot Vleugels bekendste liedjes behoren ‘De non’ en ‘Meisje uit de provinsie in het magies sentrum’. Het lied ‘Arme ouwe’ leidde zelfs tot Kamervragen en een proces-verbaal wegens majesteitsschennis. In 1971 ontving Vleugel een Gouden Harp en in 1973 de Van der Hoogtprijs voor zijn gehele oeuvre. Na een minder productieve periode raakte Guus Vleugel opnieuw geïnspireerd toen hij in 1978 een relatie kreeg met Ton Vorstenbosch.

Ton Vorstenbosch (1947–2017) heeft zo’n vijftig theaterteksten geschreven en is daarmee een van de succesvolste toneelauteurs van na de oorlog. Zijn werk loopt uiteen van historische drama’s, vaak over leden van het Oranjehuis, tot satirische stukken waarin hij de Hollandse tijdgeest op de hak nam. De laatste schreef hij steeds samen met Guus Vleugel. Voorbeelden zijn Sterke drank in Oud-Zuid (1983) en De Miraculeuze come-back van Mea L. Loman (1982), geschreven voor Toneelgroep Centrum. Voor Wilhelmina: Je Maintiendrai kreeg Vorstenbosch in 1998 de Toneel-publieksprijs. Opschudding veroorzaakte het samen met Vleugel geschreven Srebrenica! uit 1996, over de rol van Dutchbat bij de val van de enclave Srebrenica.

De nalatenschap van Vleugel en Vorstenbosch omvat onder meer scenario’s, aantekeningen, brieven en foto’s. Het materiaal wordt in 2019 ontsloten en voor publiek toegankelijk gemaakt. De nalatenschap wordt onderdeel van de Theatercollectie van de Bijzondere Collecties UvA.

󰁓
󰀩