Artikelen

ZAKEN ZIJN ZAKEN NIETWAAR?
auteur: Jannie en Stef Zwarts, Hippolytushoef

Terug  « 

geplaatst:

De nazificering van de revue- en toneelwereld had, dat moeten we durven erkennen, ook een gunstig bijeffect. Aansluiting bij de Kultuurkamer was in politiek opzicht bedenkelijk, maar voor de arbeidsvoorwaarden van de artiesten was het vaak een vooruitgang. Voor de oorlog was er door de hoge werkloosheid en de uitbuiting van de artiesten (de joodse dictatuur, zeiden de Duitsers) een grote mate van rechtsonzekerheid. Nu moest je je aanmeldingskaart bij je hebben anders ging de voorstelling niet door. Zo maar een schnabbeltje was er niet meer bij. Die bescherming was een vooruitgang. Bovendien hadden de Duitsers meer respect voor de artiesten. Nederlanders die in de Duitse theaters optraden werden aangesproken als Herr of Frau Künstler.

In het oorlogsarchief van Cinema De Haan, met niet alleen film- maar ook theatervoorstellingen, in Hippolytushoef [in het bezit van de auteur] zie je de artiest die zich gesterkt voelt door de Kultuurkamer: Joop Theunisz, Hollands veelzijdigst artiest, zoals hij zichzelf presenteert "Variété, Cabaret en Circus". Artiesten werden in die tijd vaak als ruwe, zedeloze kermisgasten beschouwd, die het liefst dubbelzinnige kwinkslagen maakten. Om toch als beschaafd en amusant over te komen ging men vaak in rokkostuum optreden. Zo dus ook Joop Theunisz. Desondanks is hij niet tot de eregalerij van onvergetelijke sterren doorgedrongen, alhoewel zijn brieven met Dirk Garrelts, schoonzoon van de oprichter en directeur van de Cinema, heel vermakelijk zijn.
Vlak voor de oorlog is er sprake van een optreden in Cinema De Haan. Theunisz zou op weg van zijn woonplaats Leeuwarden naar de Zaanstreek even langskomen voor een bespreking, maar het was te druk.
De goede verdienste wordt mogelijk gemaakt door het DVK (Departement van "Gezien de prettige wijze waarop wij samenwerken zult u ook dit jaar succes met mij hebben", schrijft hij aan Garrelts. "Mijn orkest kan desgewenst dezelfde bezetting als vorig jaar hebben. En dan volgt een adres in Krommenie waar hij op 9 mei een voorstelling heeft. Alsof er geen oorlogsdreiging bestaat! Alles gaat gewoon door.

In 1943 gaat het een stuk moeilijker. Hij woont nu in Amsterdam en de vervoersproblemen zijn kennelijk al zodanig dat hij niet weet hoe in Hippolytushoef te komen met een mand van 125x80x55 cm en 3 stangen die 120 kg wegen! En nog 3 grote koffers, die hij eventueel als handbagage in de trein mee kan nemen. Zijn programma: humorist, conferencier, pianist, cabaretière, eenakters, revueschetsen, rijwielacrobatiek, komisch muzikale act en buikspreken. Hij wil komen voor een uitkoopbedrag van f 125,-- met vrije reis- en verblijfkosten. Hoog peil verzekerd, aldus Theunisz, want ze staan met twee nummers in Carré! Er wordt een datum in september afgesproken, maar het komt er niet van. "Gezien de relatie heb ik de datum voorlopig opgeschort", schrijft Theunisz aanvankelijk. "Wat in een goed vat zit,...". In december 1943 wordt hij ongeduldig. "Uw aanvraag voor een nieuwe datum laat wel wat lang op zich wachten. Bij deze breng ik u in herinnering dat ik een bevestiging van u heb aangaande een door mij te verzorgen voorstelling". Hij wil een datum waarop hij dat kan doen want: "Zaken zijn zaken, nietwaar?"

Tenslotte stuurt hij een dreigende Kerstboodschap: kies een datum in januari 1944 en wel gauw! "Mocht ik binnen een week niets meer van u horen dan zal ik de Ned. Kultuurkamer Uw schrijven van 27-8-'43 ter hand stellen". Met andere woorden: Contract is contract!

Of het nog tot een optreden heeft geleid is onduidelijk. Garrelts herinnert zich de man niet meer. Maar de geschiedenis is barmhartig. In zekere zin is Joop Theunisz toch nog onsterfelijk geworden. Zijn affiche is de enige die de tijd heeft doorstaan. Onopgemerkt voor grijpgrage vingers en slopershanden heeft het 60 jaar in het archief gelegen. Met vouwen en ponsgaten. Maar toch!

 

Terug  «