|
Carrières of barrières in de
kunsten
De deelnemers van Editie 2004
Dit wilden zij bij de start in mei 2004:
Beter leren schrijven en een eigen stem ontwikkelen. Ze wilden meer weten van onbekende kunstdisciplines. Voor twee van hen was de culturele sector een nieuw gebied van beroepsmatige aandacht. Allemaal zochten naar een verdieping van hun denken over kunst en cultuur en over de rol en functie van iemand die schrijft over kunst. Een groot aantal had de ervaring dat het niet makkelijk is een platvorm te vinden voor journalistiek en kritisch werk over kunst. Voor Kristina leek de Nederlandse mediawereld een onneembaar bastion. Het project wilden ze gebruiken om hun netwerk te vergroten, binnen te komen bij de bestaande media en de ‘juiste' mensen te ontmoeten. Claartje, Jella en Sutiah die de School voor Journalistiek deden en Kristina hadden werk in de journalistieke sector. De anderen hadden zich na hun studie op ander werk in de culturele sector gericht en schreven in de tijd en ruimte die dit werk liet.
Terug «
Bij de afsluiting in december 2004 zeiden ze:
Dat het traject hun competenties had vergroot. Ze hadden hun netwerk weten uit te breiden. Ze wisten beter in welke richting ze zich verder wilden ontwikkelen Sommigen vonden in de loop van het traject een baan. Anderen kregen meer schrijfopdrachten en wisten zich een naam te verwerven bij de mensen die opdrachten kunnen geven (redacteuren van tijdschriften in de beeldende kunst, film en theater). Aan de jubileumuitgave van NulTwintig, De Kring en de Middenstip werkte drie deelnemers mee; Laurien Saraber als hoofdredacteur. Claartje is bij MoreText (bureau voor teksten in de culturele sector) gaan werken. Kristina is gaan schrijven voor Nederlandse tijdschriften/websites, o.a voor Skrien. Raymond werd redacteur van Tubelight en kreeg een opdracht van De Theaterconsulenten van Theater Instituut Nederland. Jella heeft zich weten te verbinden aan meerdere bladen in de jongeren uitgaansscène ( NL 20, 8Weekly en …&U). Na het verschijnen van ST[ateofthe]Art kregen zij verzoeken voor deelname aan discussies (ITS theaterfestival) en opdrachten (van culturele instellingen).
De deelnemers van 2004 leerden elkaar kennen als discussiepartner, als klankbord voor eigen vragen en dilemma's, als inspiratie bron, als kenner van onbekende gebieden in de kunst en cultuur en als kritische beschouwer van teksten. Ze zochten naar samenwerkingsverbanden en legden verbinding tussen hun eigen netwerk en dat van de anderen. Ze informeerden elkaar over mogelijke opties voor werk en opdrachten en werkten soms samen aan een opdracht die één van hen had gekregen. Het is daarom niet verwonderlijk dat een aantal van hen de wens geuit hebben samen iets te gaan ontwikkelen, en niet voor niets wil bijna iedereen dat ons project wordt voortgezet.
Terug «
Bijdragen van de deelnemers in ST[ateofthe]ART:
‘Over kunst die in beweging is, over kunstenaars die ons mee op reis uitnodigen, kun je niet oordelen in een marechausseekostuum met een geweer in de aanslag. Je kunt er alleen over schrijven als je het in de eerste plaats zonder voorbehoud als kunst erkent, en je in de tweede plaats bewust blijft van de relativiteit van je eigen mening. Dat vraagt heel wat: een gulle opvatting over kunst, een liefdevolle pen, zelfreflectie en moed om positie te kiezen in het volle besef van alle andere mogelijke posities. We doen ons best als schrijvers zo volwassen mogelijk te worden. Dit tijdschrift laat zien waar we in die zoektocht staan, waar we naartoe willen, wat we waarderen in onszelf en – soms genadeloos - waar we mee worstelen. We hebben geen monumenten gemaakt. Wel eerlijke miniaturen.'
- Laurien Saraber in de inleiding van ST[ofthe]Art -
De deelnemers aan Een nieuwe generatie cultuurjournalisten. Editie 2004. werken in de media en/of de cultuursector. Hun ambitie is (daarnaast) criticus, essayschrijver, journalist met specialisatie cultuur en/of programmaker te worden. Het Holland Festival, Theater Instituut Nederland en Mira Media/Roots en Routes boden deze elf mensen een basis voor hun ambities. Zes maanden volgden zij een intensief programma om zichzelf zowel vakmatig als persoonlijk te ontwikkelen. Ervaren journalisten, critici, redacteuren en programmamakers zijn hun mentoren en lieten hen delen in hun kennis en in hun netwerken.
Manon Berendse die in ‘Zuurstof gewenst' een pleidooi houdt voor een levendiger kunstkritiek.
Kunst is in haar visie één van de schaarse hulpmiddelen om de jachtige vluchtigheid van het bestaan even tot stilstand te brengen, en de wereld tegemoet te treden.Het is de taak van de criticus de sensatie van dat proces onder de aandacht te brengen: ‘Kunstkritiek is er niet om de kunsten tot op het bot te ontleden, maar om haar te proeven en te overdenken'.‘In onze tijd gaat het al lang niet om zeker weten, maar om twijfelen, van mening veranderen'.
Claartje van den Broek zette zes jonge kunstenaars rond de tafel, wat resulteerde in ‘In de boemeltrein met generatie Y'.
Zij legt bij deze zes een hoopgevende mentaliteit bloot: een betrokkenheid bij de samenleving die niet idealistisch is, maar realistisch. ‘Je moet je realiseren dat niet alle idealen bij de werkelijkheid passen' stellen deze kunstenaars, en dat blijkt gek genoeg tot optimisme te leiden. Want, meent deze generatie kunstenaars, ‘adel verplicht'.
Raymond Frenken keek rond op straat en schreef ‘Lang leve de straatgrafiek'.
Raymond Frenken raakte gefascineerd door de stickers met ‘kleine amoebeachtige droedels' die de lantaarnpalen in grote steden bevolken. Hij peuterde er een paar los, ging op onderzoek uit, en vond in deze nieuwe ‘straatgrafiek' een iconografische tegenhanger van de traditionele typografische graffiti.
Kristina Goikoetxea gaat in ‘Binnen en buiten' op reis met theatermaker Boukje Schweigman.
In de voorstellingen van Schweigman kijken de toeschouwers niet naar het werk, maar worden ze uitgenodigd in de wereld van de kunstenaar; die haar voorstellingen maakt uit verlangen om ‘Vanuit de gesloten wereld waarin ik zit contact te maken met de wereld daaromheen'.
Goikoetxea, een Baskische herontdekt de zintuiglijke, hybride theatertaal van La Fura dels Baus.
Willemijn Lamp beziet in ‘En de wereld kwam aan in Nederland' het artistieke debat dat volgde na de moord op Theo van Gogh.
‘Kunstenaars die het wagen om zich in hun werk direct tot de actuele werkelijkheid te verhouden zijn balancerende koorddansers. (…) Waarlijk gevaarlijk koorddansende kunstenaars kunnen veel betekenen en discussies losweken. Pamflettisme verlamt.Kunst beweegt.'
Sarah Moens , een Vlaamse, reikt in ‘Humor is een ernstige zaak' haar lezer een optimistisch wapen tegen apathie.
‘Mag er wat meer gelachen worden in het theater? ‘Lach met je eigen', tekent ze op uit de mond van Peter van den Eede, artistiek leider van Compagnie De Koe. Want lachend leer je omgaan met jezelf in je meest nietige momenten. De lach maakt zacht wat hard is. ‘De lach is een overwinning op de dood.'
Anna Pedroli maakte een interview met twee oudere kunststudenten: ‘De Tweede Ronde'.
Een afgestudeerd psychologe die bezig is actrice te worden en een historicus op de filmacademie. Hoe vergaat het studenten die op latere leeftijd aan een kunstopleiding beginnen? Hoe dragen zij bij aan een vitaal kunstklimaat? Vakopleidingen lijken niet goed raad te weten met hun eigen- en wijsheid.
Jella Pichotte bezoekt een broedplaats voor nieuw talent: Van de straat op de planken.
Pichotte laat het pluche in de schouwburg voor wat het is. Ze begaf zich naar Amsterdam-West en zag in de O'Clock Class van theatergroep Rast een jongen die nog nooit in het theater was geweest gebroederlijk repeteren met een leeftijdgenoot die in het tweede jaar van de Amsterdamse theaterschool zit en de nieuwe Gijs Scholten van Aschat wil worden. Van eigenzinnige theatermakers en dansers van morgen hoort ze de verlangens en twijfels van nu.
Sylvia Rottenberg opgeleid als curator kijkt in ‘De stercurator' kritisch naar haar eigen scholing en beroepspraktijk.
Rottenberg ziet een verband tussen de bloei van curatorenopleidingen en de gerezen status van de curator. En heeft zo haar bedenkingen. Dat individuele kunstenaars dienstbaar worden gemaakt aan het ego van de curator stoort haar. Rottenberg pleit voor een meer bescheiden, faciliterende rol van de curator.
Terug «
Copyright © Theater Instituut
Nederland
|